Welkom > Publicaties > 

Huishoudelijk reglement

Formele basis
Artikel 1.
Dit reglement is opgesteld conform de daartoe in artikel 16, eerste volzin, van de Statuten geboden mogelijkheid.

Statuten
Artikel 2.
In dit reglement wordt onder ‘Statuten’ verstaan: de statuten deeluitmakende van de akte houdende oprichting van de Stichting Eén en Ander, d.d. 28 augustus 2003.

Wijziging reglement
Artikel 3
Het reglement kan alleen worden gewijzigd met drie vierden meerderheid van stemmen in een bestuursvergadering waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn of met inachtneming van artikel 11 lid 14 van de Statuten (artikel 16 lid 2 jo. artikel 15 lid 2 Statuten).

Impliciete bevoegdheden
Artikel 4.
Het bestuur kan beschikken over die niet expliciet bij statuut of reglement verleende bevoegdheden die voor de taakuitoefening van de Stichting nodig zijn, mits de uitoefening van genoemde impliciete bevoegdheden niet strijdig is met de wet, het Statuut of de overige artikelen van dit reglement.

De vice-voorzitter
Artikel 5.
In aanvulling op hetgeen in art. 11 lid 2 van de Statuten staat vermeld, treedt de vice-voorzitter op als voorzitter van de bestuursvergadering bij afwezigheid van de voorzitter.

De agenda en de stukken
Artikel 6.
1.    De agenda voor de bestuursvergadering wordt samengesteld door de voorzitter en de secretaris. De bestuursleden kunnen tot voor een week voor de vergadering agendapunten aandragen.
2.    De bij de agenda behorende stukken dienen vier werkdagen voor de vergaderdatum in schriftelijke dan wel elektronische vorm bij de secretaris te worden ingediend.
3.    De voorzitter beslist of agendapunten die later dan de in lid 1 genoemde termijn zijn ingediend, aan de agenda worden toegevoegd.

Spoedprocedure
Artikel 7.
Indien het bestuur naar het oordeel van de voorzitter met zodanige spoed een beslissing moet nemen dat een bestuursvergadering niet kan worden afgewacht, legt de secretaris per elektronische post de kwestie ter stemming aan de bestuursleden voor.
Van het aldus genomen besluit wordt in ieder geval bij de eerstvolgende bestuursvergadering melding gemaakt.

Gezamenlijke verplaatsing
Artikel 8
1.    Gezien het belang van continuďteit voor de werkzaamheden van de Stichting dienen de voorzitter en de vice-voorzitter aantal en duur van gezamenlijke reisbewegingen in of op een risicovol vervoermiddel te beperken.
2.    Als ‘risicovolle vervoermiddel’ gelden in ieder geval die vervoermiddelen die met een verbrandingsmotor of een stoommachine of door thermiek worden aangedreven, alsmede de hete luchtballon, de nucleaire onderzeër en het rijwiel.

Benoeming, ontslag en schorsing van bestuursleden
Artikel 9
1.    In aanvulling op artikel 5 lid 3 van het Statuut geldt dat een bestuursbesluit over de benoeming van nieuwe bestuursleden slechts genomen kan worden met eenparigheid van stemmen in een vergadering waarin minstens vijfzevende van het totaal aantal bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is, behalve indien de stemming ziet op de vervanging van twee of meer bestuursleden die het tijdige met het eeuwige verwisseld hebben of anderszins onmachtig geworden zijn.
2.    In aanvulling op artikel 13 leden 2 en 5 van het Statuut geldt dat een bestuursbesluit over het ontslag dan wel de schorsing van een bestuurslid slechts genomen kan worden met eenparigheid van stemmen voor wat betreft de stemmen die niet door of namens het betreffende lid zijn uitgebracht. Bij de stemming moet in ieder geval vijfzesde van het totaal aantal bestuursleden, niet meegerekend het betreffende bestuurslid, aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
3.    Tot schorsing van een bestuurslid kan worden overgegaan indien het bestuur de overtuiging heeft dat het betreffende bestuurslid door woord of daad de naam en faam van de Stichting grovelijk heeft aangetast In het schorsingsbesluit worden de feiten en omstandighedem vermeld die tot de schorsing aanleiding hebben gegeven.

Poëzie
Artikel 10.
De voorzitter krijgt de gelegenheid om na de opening van de bestuursvergadering een stemmig vers voor te dragen. Ook kan hij een van de andere bestuursleden desverzocht in de gelegenheid stellen de vergadering te sluiten met het voordragen van een evenzeer stemmig vers. Indien de voorzitter of een andere bestuurslid een vers ten gehore brengt in een andere taal dan de Nederlandse, dient hij de secretaris ten behoeve van opname in het verslag een vertaling tijdig te doen toekomen. Niet-naleving van hetgeen in de drie voorgaande volzinnen van dit artikel is gesteld, tast de geldigheid van ter vergadering genomen besluiten niet aan.


Commissies van uitvoering
Artikel 11.
1    Conform art. 11 lid 1 en lid 2 van het Statuut wordt, indien het bestuur bepaalde onderdelen van zijn taak door een commissie laat uitvoeren, een van de bestuursleden met het voorzitterschap van die commissie belast
2    Het betrokken bestuurslid brengt in de bestuursvergadering verslag uit van de werkzaamheden van de commissie.
3    Wanneer de commissie besluit in het kader van haar taakvervulling bepaalde activiteiten te ontplooien of afziet van het ontplooien van bepaalde activiteiten, hetgeen redelijkerwijs gevolgen van enige importantie kan hebben voor het functioneren dan wel het aanzien van de stichting, stelt het als voorzitter van de commissie optredende bestuurslid daar tijdig de voorzitter van de stichting van op de hoogte, opdat de stichting in staat wordt gesteld ter zake een besluit te nemen.

Autorisatie kosten
Artikel 12.
Indien een bestuurslid (of een onder het voorzitterschap van een bestuurslid staande commissie als genoemd in artikel 11) voornemens is om in het kader van de taakvervulling ten behoeve van de stichting kosten te maken, die niet reeds geaccordeerd zijn als onderdeel van een eerder door het bestuur vastgestelde begroting, dient betrokken bestuurslid vooraf de penningmeester om autorisatie te vragen indien het met de transactie gemoeide bedrag de 100 euro overschrijdt (eenmalig dan wel cumulatief in termijnen) of de stichting indien het met de transactie gemoeide bedrag de 500 euro overschrijdt.


Donateurs
Artikel 13.
1.    De stichting kent donateurs en groot-donateurs.
2.    Als donateurs worden aangemerkt de natuurlijke personen van 16 jaar of ouder of rechtspersonen die zich verplicht hebben een jaarlijkse donatie aan de stichting te voldoen en die als donateur door de stichting zijn toegelaten.
3.    De jaarlijkse donatie bedraagt minstens 10 euro.
4.    Het bestuur beslist over de toelating van donateurs. Van toelating kan worden afgezien indien het bestuur het gevoelen heeft dat de aspirant-donateur indien toegelaten afbreuk zou kunnen doen aan het imago van de stichting of de goede voortgang van de taakvervulling van de stichting zou kunnen schaden.
5.    Na aanmelding van een donateurschap stuurt de stichting een bevestiging waarop de toelating wordt vermeld.
6.    Het donateurschap loopt gelijk met het kalenderjaar.
7.    De Stichting kan donateurs als blijk van waardering een attentie geven, mits de economische waarde van deze attentie zodanig gering is dat zij als aardigheidje, maar niet als douceurtje aan te merken is.  
8.    De Stichting verplicht zich om haar donateurs regelmatig te informeren over de activiteiten van de Stichting.
9.    De Stichting kan een donateur de status van groot-donateur verlenen, indien deze een donatie heeft gedaan, die door haar aard, haar omvang, dan wel door de wijze van schenking getuigt van een uitzonderlijke en hartverwarmende betrokkenheid met de Stichting. Jegens deze groot-donateurs  kan de Stichting haar erkentelijkheid nadrukkelijker tonen (bijvoorbeeld met andere attenties, accolades op de website van de Stichting of door uitnodigingen voor specifieke stichtingsactiviteiten te verstrekken) dan met betrekking tot de donateurs het geval is.
10.    De Stichting stelt de groot-donateur schriftelijk op de hoogte van de verlening van de status van ‘groot-donateur’.
11.    Hetgeen hierboven in de leden 2, 4 en 6 met betrekking tot donateurs is vermeld, geldt gelijkelijk met betrekking tot groot-donateurs.

Beëindiging van het donateurschap
Artikel 14
1.    het donateurschap eindigt door:
a. Het overlijden van de donateur;
b. Opzegging door de donateur;
c. Intrekking door het bestuur.
2. De opzegging door de donateur dient schriftelijk plaats te vinden voor 1 december van het lopende donateursjaar.
3. Het bestuur heeft de bevoegdheid het donateurschap zonder opgaaf van redenen in te trekken. De intrekking door het bestuur dient schriftelijk dient plaats te vinden voor 1 december van het lopende donateursjaar.
4. De leden een, twee en drie zijn gelijkelijk van toepassing op groot-donateurs.

Ereleden
Artikel 15
1.    De stichting kent Ereleden. Als zodanig worden aangemerkt oud-bestuursleden of andere natuurlijke personen die zich op uitzonderlijke wijze voor de Stichting verdienstelijk hebben gemaakt.
2.    De ereleden worden door het bestuur als zodanig aangewezen.
3.    de ereleden krijgen van de stichting een oorkonde, een geste en het recht om als toehoorder bij de vergaderingen van de Stichting aanwezig te zijn.

Beeldmerk
Artikel 16
Het beeldmerk van de Stichting is ‘de Dodo’. Bij de Secretaris kan men desgevraagd kennis nemen van een afbeelding van dit beeldmerk.

Vaststelling en inwerkingtreding
Artikel 17.
Dit reglement is op 17 januari 2008 vastgesteld door het bestuur en treedt op deze datum ook in werking.